Marc van der Sterren

Praktijkschool met biovarkens in Ghana

Tien jaar geleden kwam George Fugluu uit Ghana bij mij op bezoek. Hij vertelde over zijn droom: een praktijkschool met biovarkens. Nu gaat hij zijn droom waar maken.

Jarenlang was hij zowel varkenshouder als onderwijzer in Tamale, in Centraal Ghana. Onlangs kreeg George Fugluu de gelegenheid een stukje grond van vier hectare te pachten bij Kintampo, ongeveer 250 kilometer naar het zuiden. Hier kan hij eindelijk zijn droom waar maken en beide ambachten combineren: hij begint een eigen kleinschalige demonstratieboerderij.

Een praktijkschool waar iedereen die dat wil kan komen kijken en leren. De locatie is ideaal, vindt Fugluu. “Er is afzetmarkt, er is voer voor mijn varkens en er is hier voldoende noodzaak om een dergelijke demofarm te beginnen.” Het is een droge regio waar veel mensen wonen die geen uitweg meer zien. Veel jongeren, maar ook vrouwen en weduwen, zien weinig kansen op de arbeidsmarkt.

Artikel in Nieuwe Oogst, september 2011, over bezoek George Fugluu aan Nederland.

Deventer

George is een man met kennis van zaken. Begin deze eeuw studeerde hij tropische landbouw in Deventer. Eind 2011 zocht hij me op in Limburg, waar ik hem meenam naar verschillende varkenshouderijen en slagerijen. Hij keek zijn ogen uit bij het zien van de grootschaligheid en efficiëntie, maar stak ook heel wat op over de bedrijfsvoering.

Tijdens het bezoek leerde hij ook dat Ghana een voorsprong heeft op Nederland. Er is bijvoorbeeld geen mestboekhouding nodig en er zijn geen kostprijsverhogende welzijns- en milieumaatregelen. Ook is het in Ghana eenvoudiger om een slachterij te beginnen en zelf het vlees te verkopen.

Wel moeten de varkens die gehouden worden, beter voer krijgen. “Keukenafval is prima, maar niet als dat alleen gemengd wordt met wat gewasresten zonder veel voedingswaarde, zoals sojahullen.” George weet hoe hij het moet aanpakken. Etensresten uit restaurants zijn in de directe nabijheid voldoende te krijgen. De boerderij komt immers te liggen tussen Yabraso, een dorpje op twee kilometer afstand, en Kintampo, een stadje met zo’n 50.000 inwoners, zes kilometer verderop. Restaurants zijn er voldoende, want ook toeristen bezoeken die plaats veelvuldig, vanwege de beroemde watervallen van Kintampo.

Het keukenafval vult hij aan met energierijke cassaveschillen die hij bij zijn buurman kan krijgen. En hij verbouwt op zijn stukje grond niet alleen groenten voor menselijke consumptie, maar ook aanvullend varkensvoer. Maïs voor energie en bonen zoals soja en kouseband voor eiwitten.

Biologisch

George kiest bewust voor biologisch. Wie denkt dat in afgelegen gebieden in Afrika biologische landbouw geen prioriteit heeft, of een luxeproduct is, heeft het mis. Er wordt weinig gecontroleerd als het om pesticidengebruik gaat. En daarom gaat het ook vaak fout. Consumenten vertrouwen gangbare producten vaak niet, omdat het nog residuen kan bevatten. Juist daarom stijgt de vraag naar biologische producten in Afrika.

Ook boeren zelf, die vaak niet weten hoe om te gaan met de middelen, kennen de gevaren en gebruiken liever biologische methoden om hun gewas te beschermen. Zo is het ook in Ghana. Omdat arbeid niet duur is, kan George personeel inschakelen om onkruid te wieden.

Worstenmakerij

George heeft grootse plannen met deze kleinschalige boerderij. “Het moet vooral veelzijdig zijn, want ik wil verschillende onderdelen laten zien.” Daarom wil hij, behalve een uitgebreide tuin en een varkensbedrijf, op termijn ook vee houden. Vleeskoeien of melkvee. En misschien wat kippen.

Maar zijn focus ligt op zijn specialisme: de varkenshouderij. Ook deze kent veel facetten, zoals het houden van varkens voor de vermeerdering, maar ook voor het vlees. En om de keten zo veel mogelijk sluitend te maken zodat het eindproduct veel meer oplevert, wil hij ook een eigen slachterij beginnen, compleet met worstenmakerij. Opnieuw een bedrijfsmodel om te demonstreren.

Slachterij

George in zijn tuin

De varkenshouderij begint klein: met drie zeugen en een beer. Deze zal vanzelf uitbreiden: een zeug kan na ruim een jaar al de eerste biggen werpen, na twee jaar kunnen er misschien wel twintig geselecteerde zeugen worden aangehouden die voor vleesvarkens zorgen. Groter dan twintig zeugen hoeft het varkensbedrijf niet te zijn. Dit levert hem jaarlijks zo’n tachtig tot honderd vleesvarkens op voor de slacht.

En ook dat slachten wil hij in eigen hand houden. “Zelf slachten geeft mijn eindproduct meerwaarde”, zegt George. Zeker wanneer hij ook een worstenmakerij begint. Hij kan dan direct aan de consument leveren, maar het biedt zijn praktijkschool ook extra lesmateriaal.

Startkapitaal

Een en ander vergt wel wat investeringen. Meest urgent zijn de stallen, plus een opslagplaats. Maar ook water is essentieel. Want de tuin en zo meteen de varkens, hebben nogal wat water nodig in deze droge regio.

Hij heeft al een put laten slaan, maar om genoeg water omhoog te krijgen heeft hij een pomp nodig die draait op zonne-energie. Over anderhalf jaar, als de eerste varkens geslacht kunnen worden, heeft hij een vriezer nodig. Ook daarvoor is elektriciteit nodig. George heeft dus nogal wat zonnepanelen nodig. Alleen al deze investering kost hem zo’n 3.000 euro.

Ook jij kan je steentje bijdragen met een kleine gift via GoFundme.

2 gedachten over “Praktijkschool met biovarkens in Ghana”

  1. Mooi verhaal Marc,
    Lokaal en kleinschalig , hoor ik gelukkig in NL nu ook vaker.
    Ik mis wel dierenwelzijn in dit verhaal, maakt dat ook onderdeel uit van George zijn plan?

    Beantwoorden

Plaats een reactie