Marc van der Sterren

De rijke historie van een huis in een Limburgs dorp

Een boerderij, een kapel, monumentale bomen en een diepvrieshuis

De geschiedenis van De Brentjes 71 in Koningslust gaat bijna net zo ver terug als die van Petrus de Koning, de naamgever van het dorp. Misschien bestaat het al tweehonderd jaar, in elk geval was deze plek al in 1837 bewoond. Het gebouw kreeg het flink te verduren tijdens de oorlog en een latere brand, maar de boerderij bleef floreren. Er kwamen zelfs een monumentale kapel en een diepvrieshuisje op deze kavel.

Voor het ontstaan van Koningslust moeten we terug naar mei 1795, wanneer Petrus de Koning uit Utrecht tachtig hectare woeste grond in de gemeente Helden aankoopt en twintig in de gemeente Maasbree. De roemruchte kapitein heeft dan al een leven uit een avonturenboek achter de rug. Voor zijn vertrek uit Batavia, terug naar Nederland, wordt hij tot kapitein benoemd bij de VOC. Later neemt hij het op tegen de macht van stadhouder prins Willem V als kapitein van de patriottische compagnie de Pekstokken in Utrecht. Hij vlucht uit Utrecht naar de zuidelijke Nederlanden waar hij kapitein wordt van het opstandelingenleger in Diest tijdens de tachtigjarige oorlog.

Petrus houdt het vechten voor gezien en trouwt op 3 februari 1790 in Maaseik, met Petronella van Zail. Ze gaan wonen in Helden en bouwen op hun aangekochte grond vier boerderijen, waarvan er één Koningslust zal heten. Zoon Leonardus begint er een klooster met een broederorde die de woeste grond ging ontginnen. Nog steeds wonen er enkele broeders van de H. Joseph  in Koningslust.

Tranchotkaart

Fragment uit de Tranchotkaart van 1803-1820. De rode hoekjes met de rechte vlakken waren de boerderijen van De Koning.

Op een tranchotkaart, vervaardigd tussen 1803 en 1820 staan de vier boerderijen van De Koning duidelijk ingetekend. De naam Koningslust staat hier vermeld ten westen van het Koningsbosch, ter hoogte van de huidige Midden Peelweg.

 

 

Vanuit de linkeronderhoek van het kaartje lopen drie lijnen naar het noordoosten. De middelste van de drie vertoont de loop van De Brentjes, zoals in deze overlap is te zien. De Brentjes 71 lag ter hoogte van de letter u in het woord Hulsing.De straatnaam De Brentjes zou pas in 1953, waarschijnlijk door Maan Wijnands, zijn voorgesteld. Toen die naam werd aangenomen kwam hij op De Brentjes 80 te wonen, dat nummer werd later nogmaals gewijzigd.

De Brentjes

Een adres als het huidige De Brentjes 71 kreeg in de loop der tijd acht verschillende adressen.

In ‘t Woordebook van Helje heeft het woord brendjes de betekenis van ‘de harde randjes aan vette spekpannenkoek’. Brentjes zijn van oudsher ook takkenbossen die werden gebruikt om de sopketel te stoken. De ketel die werd gebruikt om onder meer de was te doen of de aardappelen voor de varkens te koken. Een logische naam, gezien de overeenkomst met het woord brand.

Brentjes zijn zo’n beetje hetzelfde als Schenskens. Daarmee heeft de Brentjes een betekenis die lijkt op de Schenskensweg. Een aannemelijke verklaring, beide wegen bevinden zich immers vlakbij het Vlakbroek waar nu nog de rabatten te zien zijn die destijds werden aangelegd, speciaal om brandhout uit het vochtige gebied te halen.

Ook die Schenskensweg is op dezelfde Tranchotkaart al ingetekend, al heeft deze tegenwoordig een heel andere loop. De tekening is dan ook van voor de komst van het dorp en ook het ‘grand canal du nord’ is op deze kaart ingetekend. Deze is wel uitgegraven, maar werd later gedempt.

In het gebied dat Petrus de Koning had gekocht, zo zien we op de Trachotkaart, was nog geen enkele bebouwing, behalve misschien een enkele schaapskooi of kleinschalige nederzetting die niet is ingetekend. Ten westen, over het broek, stonden wel al twee kleine woningen: de ene heette Alen, de ander Christen (bron: M. Arts, Koningslust, 6 april 1941). Volgens Herm Bos die veel historisch onderzoek heeft gedaan naar Koningslust en ook woonachtig op de Brentjes, zouden deze boerderijen zijn genoemd naar de toenmalige bewoners.

Waarschijnlijk lagen deze woningen waar tegenwoordig De Brentjes ligt, maar dan iets ten westen van het huidige nummer 71. Het kadaster gaat terug tot 1838. Hetzelfde kadaster maakt duidelijk dat er in 1843 al een woning was op het adres dat nu De Brentjes 71 heet.

Hei 446bis

Op deze kadastrale kaart uit 1843 zien we het pand dat nu De Brentjes 71 heet, omcirkeld. Opvallend ook is dat hier de enige wegen in de omtrek zijn ingetekend. Alleen naar het oosten, bij de boerderijen van Petrus de Koning, ligt een weg richting Helden.

De archieven gaan terug tot 1837. Daar vinden we deze plek terug als Hei 446bis. Hier staat één van de eerste gebouwen van wat nu Koningslust heet. Rond die tijd woonde hier de familie Joosten-Joosten, met twee kinderen. Petrus Joosten was twee jaar daarvoor, op 28 februari 1835, getrouwd met de twee jaar oudere Gertrudis Joosten uit Maasbree. Op 2 oktober van dat jaar wordt hun dochter Petronella geboren.

Hoe lang Petrus Joosten in 1837 al op dit adres woonde, is niet bekend. De geboorteplaats van Petrus Joosten is Helden. Let wel: Koningslust bestond in die tijd nog niet, wellicht is hij dus op deze plek geboren.

Petrus, Petronella, het zijn in die tijd veelvoorkomende namen in deze streek. We kennen immers Petrus de Koning al die is getrouwd met een Petronella. Een jaar na de geboorte van Petronella Joosten krijgen Petrus en Gertrudis nog een dochter. Snel daarna, rond 1837, vestigden zij zich op wat nu De Brentjes 71 heet.

Of het echtpaar het huis zelf heeft gebouwd, of dat het een bestaand huis was, is niet bekend. Het is zelfs niet bekend of het een stenen bouwwerk was of een plaggenhut.

Boven een kaart van van Jean Leonard Reijnders uit 1842, daaronder een fragment waarop rechts perceel A1017, waarin een gebouw met nummer A1016.

Op deze kaart uit 1842 echter, is op dit perceel, aangeduid met A1017, duidelijk een blijvend gebouw ingetekend met een apart nummer: A1016. We kunnen er dus gevoeglijk van uitgaan dat er in die tijd al een stenen gebouw stond tussen Onder ’t Sand en het Vlackbrook.

Hei wordt Heide

Rond 1837 verandert Hei 446bis in Heide 536. De laatste drie of vier kinderen van Petrus en ‘Akkerbouwster’ Gertrudis Joosten werden op dit adres geboren.

Eerst Johannes (op 20 januari 1839) en Engelbertus (2 januari 1841), daarna Catharina (10 mei 1844), die echter nog geen twee jaar oud wordt. Ze sterft op 17 januari 1846. Bijna exact een jaar later, op 19 januari 1847 wordt nog een dochter geboren die opnieuw Catharina gaat heten. Wanneer zij 2 jaar is, op 26 augustus 1849 overlijdt haar vader Petrus Joosten ‘aan eene sterke koorts’.

De jongste zoon Engelbertus Joosten zou in het huis van zijn vader blijven wonen. Ook na zijn huwelijk in 1867 met Johanna Verlinden. Samen krijgen ze vijf kinderen. De jongste wordt geboren in 1868 op Heide 536, de tweede in augustus 1869, hetzelfde jaar als de volgende nummerwijziging. Vermoedelijk is zij dus al geboren op Heide 582.

Het gezin verhuist in 1876 naar het nieuwe adres Heide 582a. Ze blijven dus in de buurt wonen, misschien zelfs op dezelfde kavel.

Van Joosten-Joosten naar Engels-Engels

Na bijna veertig jaar verhuist het gezin Joosten-Joosten van Heide 582 naar Heide 582a. Dubbele namen horen blijkbaar bij het huis: Petrus en Petronella, Theodorus en Theodora, Joosten-Joosten, dus in 1876 komt het gezin Engels-Engels hier te wonen.

Johanna Engels uit Helden, geboren op 9 maart 1845, wordt twee keer weduwe en hertrouwt twee keer, maar blijft kinderloos. Met haar eerste man, Laurens Engels, geboren op 4 februari 1838 in Neer, trouwt ze in 1871. Laurens is dienstknecht van beroep.

Het was een groot huis, dus woonde er in die tijd ook een kostganger: Theodorus Jacobus van Munnikrede uit Delft, geboren op 19 december 1828. Op zijn dertigste was hij kaarsenmaker en trouwde hij in Den Haag met Theodora Willemina van der Voet. Later werd hij kastelein in Leiden, waar hun dochter Maria geboren werd. Deze dochter kwam echter al twee maanden na haar geboorte te overlijden. Hoe hij hier terechtkwam is onbekend. Hij bleef hier wonen tot zijn overlijden op 10 januari 1891. Hij werd 62 jaar.

Bidprentje Jacobus de Bruijn

Laurens Engels overlijdt in 1889, in het jaar dat het gezin naar Heide 575 vertrekt. Bijna een jaar later trouwt Johanna met de weduwnaar Nicolaas Bos uit Koningslust. Na de dood van Nicolaas in 1896 trouwt ze in 1897 met de weduwnaar Jacobus de Bruijn uit Helden die in 1917 opnieuw weduwnaar wordt. Op oudjaar 1929 komt Jacobus de Bruijn zelf te overlijden.

 

 

Overlijdensbericht

Na het vertrek van Jacobus de Bruijn en zijn familie, komt het gezin Verstappen van Maris uit Helden hier wonen. Het is dan 1890. Andries en Petronella Verstappen hebben dan al negen kinderen, waaronder één Leonardus. Op dit adres worden nog twee kinderen geboren.

In 1900 vertrekt het gezin naar Sevenum en komt er een gezin uit Sevenum wonen. Het gezin Van den Goor-Verber. Het is deze familie die in het pand woont als de kapel wordt gebouwd.

.oOo.

Leonarduskapel

Leonarduskapel op het perceel van  De Brentjes 71 (Foto genomen op 15-11-2022)

Volgens de familie Nelissen die lang op de boerderij gewoond heeft, zou op de topsteen van het kapelletje de datum 1898 hebben gestaan. Mien (Wilhelmina) Gommans, heeft dit bij de overdracht aan de huidige bewoners nog benadrukt.
Waarschijnlijk is 1898 het bouwjaar, in alle archieven staat 1901 als jaartal: het jaar van de inzegening en officiële ingebruikname.

De kapel staat op de hoek van De Brentjes en de Poorterweg, het heeft volgens het kadaster altijd op het perceel van het huidige De Brentjes 71 gelegen. Het is gebouwd op de plek waar voorheen een veldkruis stond.

Het zou Jacobus de Bruijn zijn, de derde man van Johanna Engels, die de kapel heeft gebouwd of laten bouwen. Hij woonde toen echter al niet meer op dit adres, in 1889 was hij al naar Heide 575 verhuisd. In 1901, tijdens de ingebruikneming van de kapel in 1901, werd dit pand bewoond door de familie Van den Goor-Verber uit Sevenum.

Het verhaal wil dat Jacobus de Bruijn aan een ernstige vorm van reumatiek leed en een belofte gestand had te doen: Als de pijn verlicht zou worden zou hij hier een kapelletje bouwen. Aldus geschiedde.

Alhoewel: Er gaat ook een verhaal de ronde dat boer Kluijtmans, die hier vlakbij woonde, de kapel had gebouwd. Zijn runderen stierven massaal, waarop hij de Heilige Leonardus beloofde een kapelletje te bouwen als hij van verdere rampspoed bespaard zou blijven. Toen zijn vee weer opknapte, bouwde hij deze kapel.

Misschien zijn de heren De Bruijn en Kluijtmans wel samen opgetrokken. Hoe dan ook: het werd en fraai open bedehuisje met een karakteristieke trapgevel. De top wordt gemarkeerd door een ijzeren kruis. In de gevel zijn drie witte natuurstenen ingemetseld. De middelste dient als sluitsteen van de spitsboogvormige opening. Op de sluitsteen staat de tekst: “H. Leonardus”. Binnen, aan de bovenzijde van de pui staat: ” H. Leonardus bidt voor ons”.

In de kapel staat een beschilderd beeld van de geketende Leonardus met een bruine pij en in zijn linkerhand een gesloten boek. Eén van de ketenen aan zijn linkervoet is verbroken.

In de afgelopen tien jaar is de kapel gerenoveerd door de stichting Kruisen en Kapellen. Het dak is onder handen genomen en vanbinnen is het geschilderd. Een familielid van de huidige bewoners, Eugene van Heijnsbergen uit Eindhoven, heeft het beeld gerestaureerd. Een vinger is hersteld en het beeld is geverfd.

Het Leonardusbeeld in de kapel  bij De Brentjes 71 (foto genomen op 15-11-2022)

De Heilige Leonardus (Leonardus van St-Léonard-de-Noblat), geboren aan het einde van de vijfde eeuw in Merovingisch Francia aan het hof van koning Clovis, wordt gedoopt door de Heilige Remigius van Reims. Leonardus wil zijn leven aan Christus wijden en weigert het bisschopsambt dat hem werd aangeboden. In plaats daarvan gaat hij als kluizenaar in het bos wonen, waar hij predikt en zelfs wonderen verricht. Zo raakt de koningin bij een plotse bevalling tijdens een jachtpartij in de moeilijkheden. Na de gebeden van Leonardus slaagt de bevalling wonderwel, waarna de koning uit dankbaarheid het klooster van Noblac voor hem laat bouwen. Al tijdens zijn leven trekt dit klooster pelgrims uit verre omstreken. Op 6 november 559 wordt hij begraven in de kloosterkerk.

In heel West-Europa wordt Leonardus vervolgens vereerd als genezer en als patroonheilige van boeren en hun vee, van smeden, slotenmakers, lastendragers, fruithandelaars en kruideniers, maar ook van vroedvrouwen, zwangere vrouwen, moeilijke zwangerschappen en het ongeboren leven. Hij wordt daarom aangeroepen tegen inbraken maar ook bij de bevalling, bij onvruchtbaarheid en tegen hoofdpijn, gewrichtsziekten en geslachtsziekten.

Daarnaast is hij ook de patroonheilige van gevangenen en cipiers. Als helper van de zwakken had hij een speciale voorliefde voor gevangenen. Door zijn tussenkomst zijn er heel wat in vrijheid gesteld. Hij liet ze daarna niet aan hun lot over, maar liet ze meehelpen bij de ontginning en bebouwing van nieuwe stukken land.

De kapel van de Heilige Leonardus past dus uitstekend bij Koningslust, een boerenstreek waar het land is ontgonnen door een Broederorde, gesticht door Leonardus de Koning. Deze broeders hielpen bij de ontginning en vingen ook personen op met een geestelijke handicap, en ze begeleidden mannen die met justitie in aanraking kwamen en strafbare en zelfs criminele feiten hadden gepleegd.

Toch heeft de bouw van de Leonarduskapel hier niets mee te maken. De ‘Algemeene R.K. Landkolonie Koningslust’ werd pas in 1938 erkend als reclasseringsinstelling. En ook Leonard de Koning, de stichter van de eerste broederorde in Koningslust, zal in de bouw van de kapel niet de hand hebben gehad. Heel misschien heeft Leonard de Koning de bouwer van de  kapel geïnspireerd om tot zijn heilige naamgenoot te bidden, maar dat is dan ook het enige. Leonard de Koning stierf immers al in 1868.

.oOo.

Monumentale kapellinden

 De monumentale kapellinden in hun herfsttooi (foto genomen op 15-11-2022)

De twee lindebomen die de kapel omgeven, zijn als monumentale kapellinden opgenomen in het Landelijk Register Monumentale Bomen. De Linden zijn waarschijnlijk tussen 1940 en 1950 geplant. Tijdens de laatste officiële inspectie in 2020 hadden de bomen een hoogte van 23 meter en een omtrek van 237 centimeter en waren deze in goede conditie. Behalve enkele bomen rond het terrein van Daelzicht, waar Petrus en Petronella hun lust begonnen, zijn dit de enige monumentale bomen van Koningslust.

Het betreft hier Hollandse Linden, ofwel een kruising tussen twee soorten: de Tilia en de Europaea. Deze boomsoort kenmerkt zich door de vele waterloten, zoals de jonge scheuten worden genoemd die in de loop van het groeiseizoen ontstaan aan de voet van de boom. Ook de gele bloeiwijze die gepaard gaat met een zoete geur valt op, net als de vruchten die samen met het vruchtblad in de herfst naar beneden komen zeilen.

Heide 666

Of de bouw van de kapel veel heil heeft gebracht is niet bekend. De Heilige Leonardus kon in elk geval niet voorkomen dat er in de periode dat het adres het getal van de duivel meekreeg, tussen 1910 en 1923, veel verloop was op Heide 666.

Pieter Jan En Maria Elisabeth van den Goor nemen twee dochters mee uit Sevenum, op Heide 666 worden er nog twee geboren. Ze blijven er echter slechts zes jaar wonen; in 1906 vertrekken ze naar Horst en komt het gezin Theeuwen-Daniels naar Heide 666. Het gezin heeft al enkele kinderen als ze hier komen. In totaal krijgen ze zes kinderen, die misschien wel allemaal in een andere plaats worden geboren.

Eerst komen er drie zonen. De eerste wordt geboren in Helden, de tweede in Venlo en uitgerekend van het derde kind, geboren in het jaar dat ze naar Heide 666 kwamen, is de geboorteplaats niet bekend. In 1907 en 1909 worden twee dochters geboren, een in Maasbree en een in Heerlen. In 1910 vertrekken ze naar Zelen 105 in Panningen. Daar ziet nog een zoon het levenslicht.

In 1911 komt het in 1910 getrouwde echtpaar Johann Hermann Geurts uit Kaldenkirchen en Cornelia Hendrix uit Helden hier wonen. Ze blijven er maar vijf jaar, in 1916 vertrekken ze naar Sevenum. Aan het eind van dat jaar komt er in dit huis weer een Leonardus wonen. Leonardus Holthuisen en Maria van de Winkel komen uit Velden waar ze drie kinderen kregen. De jongste, Peter Holthuizen, is nog een baby als hij komt, hij werd op 6 september in Velden geboren. Amper drie jaar na hun komst, in 1919 vertrekken ze alweer naar Venlo, de geboorteplaats van Leonardus.

Familie Nelissen

De familie Nelissen-Craenen koopt het pand in 1919. Heide 666 wordt in 1923 Heide 842. De familie Nelissen blijft hier voor langere tijd wonen.

Toch verlopen de beginjaren allerminst gelukkig. Hubertus Gangolphus Gregorius Nelissen, geboren op 24 oktober 1893 trouwt op 26 juli 1918 in zijn geboorteplaats Susteren met Petronella Craenen uit dezelfde plaats. Samen krijgen ze een zoon: Leonard Hubert Joseph Peter Nelissen. De geboortedatum is niet bekend, maar waarschijnlijk stierf hij vlak na de geboorte als gevolg van een vroeggeboorte. Hij overleed op 26 februari 1919, precies acht maanden na de huwelijksvoltrekking. Hij is een maad oud geworden.

De verkoop van de boerderij werd publiekelijk aangekondigd in de Nieuwe Venlosche Courant van 10 juli 1920, maar ging op het laatste moment niet door.

In datzelfde jaar komen Hubertus (ook wel bekend als Golf of Jolfus) met zijn Petronella op de boerderij in Helden-Koningslust wonen. Maar in het jaar daarop komt Petronella te overlijden: op 14 maart 1920. Ze is dan 24 jaar oud.

Per slot van rekening eiste de familie van Petronella Craenen hun erfdeel op, waardoor de boerderij, de landerijen en inboedel verkocht zouden moeten worden. Iets wat op het laatste moment niet doorging, zo vertelde Wim Nelissen, zoon van Jolfus op 10 november 2022.

Nog hetzelfde jaar, in november 1920 trouwt Jolfus met Anna Wijnands uit Helden (zie trouwboekje). Hier krijgen ze tien kinderen. Vier dochters en zes zonen. Anna is 52 als ze op 16 juni 1950 komt te overlijden, op de verjaardag van dochter Mien (Wilhelmina), die dan 15 jaar wordt. De oudste dochter is dan 29, de jongste zoon, Dionusius is 9.

 

Trouwboekje van Jolfus (Hubertus Gangolphus) en Anna Nelissen

Er gebeurt veel in deze periode. Zo vinden er twee adreswijzigingen plaats. De familie Nelissen komt te wonen op Heide 666 in 1920, in 1923 wordt dit Heide 842. Vanaf 1936 luidt het adres Koningslust 573. In 1957 wordt het dan De Brentjes 24.

Op een foto uit de jaren dertig staan Jolfusen Anna met hun nog jonge gezin. Duidelijk te zien is dat het pand toen al een forse boerderij was. De foto is gemaakt voor de aanslag in de oorlog en voor de grote brand.

De boerderij wordt bijna volledig verwoest en opnieuw opgebouwd. Eerst wordt het woonhuis in de oorlog zwaar beschadigd, later wordt de schuur vernield door een brand.

In de oorlog werd het woonhuis beschoten, een groot geluk was dat de stallen niet geraakt zijn en het vee niets had geleden. Het hele woonhuis lag echter in puin. Het Heilig hartbeeld kwam nog intact onder het puin vandaan, maar bij het aanraken viel het alsnog in stukken.

Toch bleef de familie Nelissen door de jaren heen succesvol boeren, gezien de verschillende advertenties in voornamelijk de krant Midden-Limburg. In de jaren ’20 won Jolfus Nelissen prijzen met zijn broedeieren, eind jaren zestig is het vooral sterk in de fokkerij.

Midden-Limburg, 20-3-1926

Midden-Limburg, 12/3/1927

Midden-Limburg, 3-11-1967

Midden-Limburg, 22-12-1967

Midden-Limburg, 28-2-1969

Midden-Limburg, 10-10-1969

De boerderij was een typisch, maar groot gemengd bedrijf, met koeien, varkens en kippen, met akkerbouw en tuinbouw, weet Wim Nelissen. Jolfus Nelissen had na de oorlog een tuindersvergunning voor ongeveer twintig are, die hij hoofdzakelijk gebruikte voor de teelt van augurken.

.oOo.

Diepvries

Het diepvrieshuisje (foto genomen op 15-11-2022)

In 1959 wordt op dit perceel een diepvries gebouwd, dat nog steeds beeldbepalend is. Het gebouw krijgt de ingang aan de Poorterweg en daarmee het huisnummer Poorterweg 27a, tegenwoordig Poorterweg 86.

De aanvraag voor een bouwvergunning wordt bij de gemeente Helden ingediend door M. Bos van de ‘Coöperatieve Vereniging Diepvrieskluis Koningslust’ op 17 maart 1959. De kosten zijn geschat op 5.000 gulden, meldt de aanvraag.

Volgens de bouwtekening voor een ‘Diepvriesgebouw carrousel-vrieskluis’ van Gebr. Van Swaay Amersfoort N.V. van 30 augustus 1958 meet het gebouw vijf bij zesenhalve meter, de nok van het dak is 555 centimeter.

De aanschaf van een eigen diepvries was toen nog veel te duur voor de meeste gezinnen, als hun huis al over elektriciteit beschikte. De bewoners verenigden zich in een coöperatieve diepvries­vereniging voor het beheer van het diepvrieshuisje. Door lid te worden van de vereniging kon een diepvrieslade worden gehuurd. In het begin maximaal één per gezin. Wie mee wilde doen kwam op een wachtlijst. Later, toen de diepvriezen voor particulieren opgang deden en betaalbaar werden, konden er meerdere laden worden gehuurd en kwamen er zelfs laden vrij.

Midden-Limburg, 9-5-1959

Voor de komst van de diepvries kon vers vlees maar twee, maximaal drie dagen in de kelder bewaard worden. In de diepvrieslade werd meestal vlees van eigen slacht bewaard. Het was in een tijd waar veel inwoners van de dorpen, zo ook in Koningslust, zelfvoorzienend waren. Winkels waren vaak ver, groenten werden zelf geteeld en ingemaakt, maar dankzij de komst van de coöperatieve diepvries ook ingevroren.

In het diepvrieshuisje was een carrousel met wel honderd lades. Bij binnenkomst van het gebouw waren er twee lagen met lades zichtbaar. Met een drukknop kon de carrousel worden gedraaid tot de eigen lade vooraan kwam. Deze kon je met een eigen sleutel openen.

Het diepvrieshuisje was een fenomeen dat nergens een lang leven beschoren was. Op meerdere dorpen in het land werd in de jaren vijftig en zestig een diepvrieshuisje gebouwd. De snelle opmars van elektriciteit en vooral de betaalbaarheid van een eigen diepvrieskist was blijkbaar niet voorzien.

In Koningslust heeft het diepvrieshuisje volgens Wim Nelissen nog tot eind jaren zestig dienst gedaan. In 1971 verkocht hij de inboedel, de vriesinstallatie en de carrousel. Sindsdien staat het huisje leeg.

.oOo.

Brand

In 1965 brandde de schuur bij de boerderij af. De meningen over de oorzaak waren verdeeld. Volgens de krant Midden-Limburg kwam het door hevige storm, volgens het Limburgsch Dagblad was het te wijten aan kortsluiting. Wim Nelissen die toen al niet meer op de boerderij woonde, kan zich herinneren dat het heel hard regende. Wellicht hebben storm en regen de kortsluiting veroorzaakt.

Midden Limburg, 17-12-1965

 Limburgsch dagblad, 10 december 1965

 

Midden-Limburg, 29-9-1959

Jolfus Nelissen wordt 87 en overlijdt op 6 januari 1981. Dochter Wilhelmina, getrouwd op 28 september 1958 met Hendricus Gommans uit Egchel, komt met haar man en twee dochters in 1963 vanuit Egchel terug naar het ouderlijk huis in Koningslust, dat toen in handen was van Gerard Nelissen, het vijfde kind van Hubertus Gangolphus en Anna. Wim Nelissen, de op één na jongste, blijft op de boerderij wonen tot zijn trouwen in datzelfde jaar 1963.

Nummerwijziging

Van de laatste nummerwijziging is officieel niet bekend wanneer deze exact heeft plaatsgevonden. In een ‘Besluit tot het intrekken en vaststellen van nummeraanduidingen’ van de gemeente Peel en Maas uit 2010 staat zelfs letterlijk:  ‘Voor de in de tabel opgenomen nummeraanduidingen is geen oorspronkelijk besluit gevonden in de diverse archieven.

Gezien de advertenties van de familie Gommans in Midden-Limburg moet het in 1967 geweest zijn. In juli adverteerden ze met een bijna voldragen schot (ook wel gelt: een zeug die voor de eerste keer drachtig is) vanaf De Brentjes 24, drie maanden later, in oktober verkochten ze biggen vanaf De Brentjes 71.

 Midden-Limburg, 27-10-1967

De Koning

De familie De Koning – van Haandel. Vlnr.: Sissel De Koning Thyes, Frans de Koning, Gabriëlla van Haandel de Koning, Pascal van Haandel.

In 2007 wordt de boerderij, inclusief het perceel van ruim 1 hectare, gekocht door de huidige bewoners. Begon Koningslust ruim twee eeuwen geleden met een De Koning uit Utrecht; de huidige bewoners van De Brentjes 71 heten ook De Koning en komen eveneens uit Utrecht. Hiermee is de cirkel rond.

Momenteel wonen er in feite twee gezinnen in het pand. Dat wil zeggen: Broer en zus, beiden getrouwd. Fransiscus Maria de Koning uit Utrecht (geboren op 28 mei 1956) en zijn vrouw Sissel Thyes, geboren op 5 oktober 1966 in Luxemburg. Aan de andere kant van het huis wonen Frans’ zus Gabriëlla Maria van Haandel de Koning (geboren op 11 september 1973 in Utrecht), getrouwd met Pascal Willibrordus Henricus van Haandel, (geboren op 6 september 1974 in Geldrop). Zij hebben twee zonen en een dochter: Joel (geboren op 20 december 1996), Jesse (15 september 1998) en Noa (20 juli 2000).

Het huidige aanzien van De Brentjes 71 (foto genomen op 15-11-2022)

Tot haar overlijden op 11 mei 2022 woonde Margaretha Emerentia, de moeder van Frans en Gabriëlla nog op dit adres. Zij was de reden waarom de beide gezinnen op zoek gingen naar een combinatiewoning met de mogelijkheid het in te richten voor mantelzorg, zodat ze beiden de zorgtaken op zich konden nemen, zo vertelde de familie de Koning in november 2022.

Toen Margaretha naar Koningslust kwam, was ze nog redelijk goed ter been, al liep ze wel al met een rollator. Ze kookte nog zelf en deed mee met boerengolf met buurtvereniging De Brookdiehk.

Margaretha had knieproblemen, vanwege een partiële dwarslaesie die ze had opgelopen door osteoporose. Vanwege een te late diagnose, belandde ze in de rolstoel. Zo kwam het dat ze de laatste tien jaar van haar leven niet meer kon lopen. Negenenhalf jaar zat ze in een rolstoel, het laatste halfjaar had ze veel pijn en kon alleen nog in bed worden verpleegd.

Frans en Sissel kwamen uit Utrecht, Pascal en Gabriëlla uit Helmond. De reden dat zij voor Koninglust kozen, was de betaalbaarheid van woningen in deze omgeving. “Wij zijn economische vluchtelingen”, zegt Frans met gevoel voor drama.

“In Utrecht moet je miljonair zijn als je een woning met een stukje grond wilt”, stelt hij. En ook in de omgeving van Helmond liggen de prijzen veel hoger. Toen Pascal hoorde dat hun achterburen naar Koningslust gingen verhuizen, gingen ook zij in deze omgeving zoeken. Ze hebben gekeken in Meijel, Kessel en andere plaatsen, maar kwamen uiteindelijk toch in Koningslust terecht.

“Het was een mooi pand met een grote hooizolder zonder constructiebalken over de vloer”, zegt Frans tevreden. Het gebouw had alle ruimte om er twee woningen van te maken.

In december 2006 werd het voorlopige koopcontract ondertekend, vanwege vervuilde grond duurde het een paar maanden voordat ze er in konden. Het bluswater van de brand in 1965 had nog wat zink achtergelaten en er zat plaatselijk wat olie in de grond vanwege een oude dieseltank. De schade viel echter mee, in mei 2007 konden ze in de woning terecht.

Wegens de mantelzorg voor hun moeder kregen ze ontheffing om met twee gezinnen in het pand te wonen. Officieel is het echter nog slechts één adres. Als het aan de families De Koning en Van Haandel ligt, worden het binnenkort twee adressen.

Vanwege de huidige woningnood heeft de gemeente Peel en Maas een regeling getroffen dat het eenvoudiger wordt een woning of kavel te splitsen.

Misschien vindt in 2023 weer een nieuw historisch moment plaats in de geschiedenis van De Brentjes 71. Dan komt er wellicht een huisnummer bij op deze kavel: De Brentjes 71A. Of Poorterweg 86 wordt in ere hersteld. Dat huisnummer hoorde destijds bij het diepvrieshuisje.

.oOo.

Waar Petrus de Koning aan de andere kant van het Vlakbroek begon, samen met zijn vrouw Petronella en Leonard, kwamen op deze plek exact dezelfde namen voor. Hier woonden een Leo en een Leonardus, drie Petronella’s en maar liefst zeven of acht personen die Petrus of Peter heetten.

De familie De Koning is hiermee eigenaar van een stuk historie. Van een boerderij met een historie van wel twee eeuwen oud, toen het hier op één van de eerste plekken van het huidige Koningslust, al bewoond was; van een monumentale kapel met monumentale Lindebomen en een beeldbepalend diepvrieshuis.

Historie van de naamgeving van De Brentjes 71

Hei 446bis                       1839
Heide 536                        1850
Heide 582                        1869
Heide 666                        1910
Heide 842                        1923
Koningslust 573              1936
De Brentjes 24                1957
De Brentjes 71                 1967

De officiële naamgeving van Heide werd in de praktijk ook Koningslust genoemd, in elk geval al sinds 1919, gezien deze advertentie:

Midden-Limburg, 19-4-1919

© Marc van der Sterren
Met dank aan Herm Bos voor het vooronderzoek

2 gedachten over “De rijke historie van een huis in een Limburgs dorp”

  1. Wat ontzettend leuk om deze geschiedenis te lezen van het huis waar ik inmiddels nu vele jaren bij mijn familie op bezoek kom en er daardoor ook een klein beetje een band mee heb mogen krijgen.

    Beantwoorden

Plaats een reactie